RSI Special deel 2: Fabeltjes over RSI

RSI Special deel 2: Fabeltjes over RSI
Alan Jenks28 January 20130RSI

In het vorige deel van deze special hebben we vastgesteld wat RSI precies is, en hoe het ontstaat. Voor we verder gaan met tips over preventie van RSI en een eventuele behandeling hiervan, gaan we eerst even een paar misverstanden uit de weg ruimen.

“RSI krijg je alleen als je veel met een computer werkt…”

Uit een onderzoek is gebleken dat in Nederland meer dan 3 miljoen mensen last hebben van klachten die onder RSI vallen. Dat staat gelijk aan 2 op de 5 mensen, en dat zijn echt niet alleen maar mensen die met een beeldscherm werken! Er zijn ook risicoberoepen die zelfs helemaal niks met computers te maken hebben. Hierbij moet je denken aan schoonmakers, lassers, kappers, musici, inpakkers en slagers. De kappersbond FNV heeft in 2003 een onderzoek gedaan naar RSI-klachten bij kappers: Maar liefst 49% van de werkzame kappers op dat moment had, in meer of mindere mate, last van RSI-klachten.

“Als je RSI hebt, kom je onherroepelijk in de WAO…”

Hoewel RSI wel het imago heeft van een aandoening waardoor je in de WAO terecht komt, is dit beslist niet waar. RSI-klachten komen heel veel voor en is intussen de meest gemelde beroepsziekte, maar de instroom in de WAO als gevolg van RSI is maar 3%. In de meeste gevallen kan aangepast werk of een kort ziekteverzuim de oplossing bieden. Slechts 1% van de mensen met RSI-klachten blijven 3 maanden of langer thuis. Dus de WAO is helemaal niet aan de orde. Het overgrote deel van de mensen met RSI-klachten komen gewoon weer terug in het arbeidsproces.

“Als je eenmaal RSI hebt, kom je er nooit meer vanaf…”

Gelukkig is dit beslist niet waar. Zelfs de mensen die op een bepaald moment nog geen glas vast kunnen houden, kunnen na een deugdelijke behandeling weer alles doen wat ze voorheen ook gewend waren te doen. Het is dus beslist niet waar dat RSI automatisch eindigt in een chronische RSI. Wel is het belangrijk om bij de eerste symptomen direct actie te ondernemen zoals meer korte pauzes op het werk, afwisselender werk, betere werk- en zithouding en minder stress. Als je pijn krijgt, en de symptomen herkent, maak dan zo snel mogelijk een afspraak met de huisarts en/of bedrijfsarts voor een behandeling en eventuele adviezen voor jou en/of voor je werkgever. Meestal wordt je doorverwezen naar een fysiotherapeut of een oefentherapeut.

“RSI is hetzelfde als een muisarm…”

In het verleden werd RSI alleen maar in verband gebracht met het werken achter een computer, dus veel ‘muizen’. De uitdrukking muisarm is toen ontstaan. Inmiddels weten we beter, en zijn er meer mogelijke oorzaken voor RSI. Ok kan RSI op meer plekken optreden dan alleen maar de armen. RSI is inmiddels een verzamelnaam geworden voor alles wat met spier- en gewrichtspijn te maken heeft, onder andere als gevolg van repeterende bewegingen.

“Ik krijg geen RSI, dat overkomt mij niet!…”

Droom maar lekker verder! Waarom zou het jou niet overkomen als er maar liefst 3,3 miljoen werkenden in Nederland er wél last van hebben? De meesten van die ruim 3 miljoen dachten precies hetzelfde: Dat overkomt mij niet! En gingen lekker door met hun slechte werkhouding, of repeterend werk zonder de nodige rust te nemen. Dit gaat goed totdat de eerste pijn de kop op steekt en dat op een bepaald moment zo erg wordt dat het niet meer te negeren is. Stoppen met werken, vaak voor langere tijd, is dan nog de enige oplossing. Alléén als je tijdig maatregelen neemt is de kans zeer minimaal dat je geen last van RSI krijgt.

In het volgende deel van deze special over RSI gaan we kijken welke maatregelen je kunt nemen om te voorkomen dat ook jij last van RSI kunt krijgen.